Alexandre Lenoir

Sur le fil / On the Edge


Download

De schilderijen van Alexandre Lenoir hebben de verleidingskracht van zure snoepjes. Ze raken meteen, prikkelen het gehemelte, de smaakzin, laten u suikers en citroenzuur proeven. De kleuren blijven aan het netvlies hangen. De volgende dag denkt u er nog steeds aan terug als een plezierig moment, en zelfs twintig jaar later blijft de herinnering aan een van de sensaties van uw kindertijd.

Deze landschappen, interieurs en gebouwen hebben de vluchtigheid van herinneringen, de nostalgische sfeer van een verleden waarin de wereld werd geharmoniseerd door het licht rondom een menselijke figuur, een wereld van negatieven uit oude fotoalbums en vage droombeelden. Er spreekt een ambivalent hedonisme uit deze beelden, gevoed door de vele identiteiten van Alexandre Lenoir: van de Caraïben (waar hij als kind gewood heeft en zijn moeder er vandaan komt) tot Marokko (waar hij een jaar heeft gewoond) tot aan Parijs en het veranderende industriegebied waar hij zijn werkplaats heeft. Dankzij de imposante afmetingen van de doeken en hun tentoonstelling in de onderste zaal van de galerij in Brussel wordt u in het beeld gezogen, alsof u een duik in een zwembad neemt. De doorschijnende helderheid van de werken biedt tegenwicht aan de verschuiving van de kleurenspectrums, de grove textuur, de nimmer gedetailleerde silhouetten. Dit realisme doet denken aan het werk van tal van 20e-eeuwse schilders, van Peter Doig tot Adrian Ghenie en Daniel Richter. Zij wijzen geen van de genoegens van dit eeuwenoude medium af en tonen tegelijkertijd een opnieuw samengestelde en digitale visie op de werkelijkheid.

Maar toch: als u dichterbij komt, merkt u dat deze eerste indruk niet helemaal klopt. Het beeld bestaat uit meerdere lagen, bezaaid met kleine verftoetsen met scherp afgetekende randen die op pixels lijken. Sommige delen van het beeld zijn uiterst gedefinieerd, terwijl andere aan elke controle lijken te ontsnappen. Dit leidt tot de gedachte dat de vervaardiging van het doek misschien méér is dan een picturale en romantische worsteling om beelden uit het onderbewuste van Lenoir op te diepen.

Sinds Plato's allegorie van de grot wordt het beeld in het westen als een illusie beschouwd, een afspiegeling van de werkelijkheid. Maar deze kunstwerken gaan niet over het beeld dat wordt geprojecteerd, als een verwaterde versie van de werkelijkheid, maar om de manier waarop het wordt omgezet. Het schilderij bestaat uit meerdere lagen die op elkaar zijn aangebracht met de lavis-techniek. Tussen elke laag wordt het doek 'voorbereid' door assistenten, die het bedekken met duizenden stukjes plakband. Wanneer het doek met een nieuwe laag verf wordt bedekt, blijven delen van het schilderij afgeschermd door het plakband, zodat de onderliggende kleur zichtbaar is. Deze techniek wordt vaak toegepast bij aquarellen. Het werk ontstaat door een uitwisseling tussen de kunstenaar die de beelden kiest, de werkwijze en de assistenten die de instructies interpreteren. Lenoir schildert 'blind' volgens een principe dat lijkt op de methode van Simon Hantaï: hij weet niet hoe het beeld eruit zal zien zodra het plakband wordt verwijderd, zoals de werken van Hantaï zichzelf pas onthullen wanneer hij ze uitvouwt. Dezelfde procedure wordt meerdere keren herhaald. Elke laag heeft interactie met de vorige, afhankelijk van het medium (acryl- of olieverf), de grondverf en de beschilderde zijde (voor- of achterkant).  Enkele variaties zijn mengen, transparantie en het op elkaar aanbrengen van lagen. Het schilderij lijkt zichzelf te schilderen. Deze methode doet denken aan elektronische muziek, die ontstaat door het mixen van samples. Dit toeval genereert prachtige schilderwerken, maar ook aberraties die de blik irriteren. Lenoir bepaalt alle stappen van het proces, tot aan het accepteren van het verlies van controle en de vernietiging van werken waarover hij niet tevreden is.

Schilderen is een activiteit, de doeken zijn objecten. Lenoir beschouwt zichzelf volledig als schilder: alles wat hij doet is schilderen, ongeacht de werkwijze en het resultaat. Deze vrijmoedigheid staat aan de basis van de grote vrijheid in zijn werken. Als jonge kunstenaar onder de 30 had hij kunnen vertrouwen op zijn overduidelijke virtuositeit. In plaats daarvan dwarsboomt hij zijn eigen talent, brengt zichzelf in gevaar door de teugels los te laten. Alles controleren en tegelijkertijd het toeval opzoeken, zijn productie plannen en ontwikkelen zonder zichzelf een richting op te leggen, het voor de hand liggende doorbreken via talloze scherpe randjes ... al deze strategieën stellen hem in staat om te creëren tegen alle zekerheden en de goede smaak in, op het scherpst van de snede.

- Sébastien Gokalp