Paul de Flers

Take Shelter


Download

Twee onheilspellende woorden vatten het nieuwste werk van Paul de Flers (geb. 1988) samen: Take Shelter. De ondertitel There’s a Storm Coming biedt een ingang voor het verkennen van de 9 werken in de tweede solotentoonstelling van deze kunstenaar bij Almine Rech, geschilderd in 2021, toen een ongewone sneeuw de bloeiende lentebloemen bedekte en regenvlagen de verlangens naar een zongekuste zomer wegspoelden. Geïnspireerd door kunstenaars variërend van Hiroshige tot Mamma Andersson en Delacroix, die het poëtisch vermogen bezitten om het drama van de natuur te kaderen en te eren, doet de werkwijze van de Fleurs denken aan de neoromantiek. Het is interessant om op te merken dat verscheidene 19e-eeuwse meesterwerken in de kunst en literatuur, zoals Darkness van Lord Byron, Frankenstein van Mary Shelley en de turbulente luchten en zeegezichten van J.M.W. Turner, werden gemaakt in soortgelijke extreme weersomstandigheden. Deze vonden hun oorsprong in 1815, toen de vulkaan Tambora in Indonesië uitbarstte. Het was een van de hevigste vulkaanuitbarstingen in de menselijke geschiedenis: as en zwavel werden vanuit de kern van de planeet hoog in de atmosfeer geworpen, waardoor de temperaturen wereldwijd daalden en de lucht donker werd tot aan het noordoosten van Amerika en Europa. Zo kwam het jaar 1816 aan zijn bijnaam ‘Jaar zonder zomer’. De fysieke duisternis van deze periode blijft voor ons voelbaar dankzij de verbeeldingskracht van kunstenaars en schrijvers die erbij waren. Net als voor Byron, Shelley en Turner is het weer voor de Flers simpelweg een achtergrond om een verhaal te vertellen waarin veranderende en contrasterende menselijke emoties zich ontvouwen. Zij hebben het nooit alleen over het weer. Geïnspireerd door psychologische thrillers in de wereld van film en literatuur benadrukt de Flers in zijn werk de spanning tijdens de dynamische overgang tussen gevaar en veiligheid. Hij speelt met contrast: hoe vrediger het tafereel, des te dreigender het kleurenpalet. Hoe openlijker de dreiging, zoals een oplaaiend vuur dat een zondvloed ontmoet, des te aardser en natuurlijker de schilderstijl wordt, verwijzend naar het evenwicht dat zich vormt wanneer de gevaren van vuur en water op elkaar botsen. De Flers cultiveert de latente intuïtie van de toeschouwer, geeft de toeschouwer het gevoel dat hij of zij al begrijpt wat er gaat komen.

Terwijl twee menselijke figuren (misschien de hoofdrolspelers in een verhaal dat de toeschouwer zou moeten vermengen met zijn/haar eigen narratief) vredig schijnen te rusten onder de bescherming van klamboes, lijkt het sterk contrasterende licht dat door een impliciet stormachtig wolkendek valt erop te wijzen dat dit een vluchtige kalmte is, in het oog van de storm. Zwevende vormen en kleurschakeringen, van violette luchten tot okerkleurige regens, suggereren dat dit ook een tafereel uit de dromen van een van de personages kan zijn. Eén van deze figuren is de Flers zelf, en zijn volledige oeuvre kan eveneens worden gezien als een zelfportret waarin de kunstenaar ons kennis laat maken met een niet-intuïtief gevoel van vrijheid en rust dat hij vindt wanneer hij zo dicht mogelijk bij de natuur leeft. Wanneer overleving het enige doel is, valt al het andere weg en zijn we vrij van de vele, door mensen bedachte beperkingen die ons verhinderen om diepe emotionele en spirituele groei te bereiken.
 
Onze vele gevoelens van beschutting worden bestormd. Naast extreme weersomstandigheden wordt het fysieke en psychologische gevoel van beschutting in ons eigen lichaam aangetast door de angst en isolatie die de hedendaagse maatschappij kenmerken. Beschutting kan ook  aanvoelen als een gevangenis. Zoals in veel schilderijen van de Flers bevolken kuddes tijdloze, onopvallende personen een voorstelling die een gevoel van melancholie en vervreemding oproept. Een kudde dieren beweegt, communiceert en maakt contact op een manier die de menselijke figuren van de Flers niet lijken te kennen. De dieren reageren responsief op het gedrag van de planeet, in plaats van te pauzeren, zoals mensen doen wanneer ze op instructies van een leider wachten. We weten niet meer naar wie we moeten luisteren in een ‘post- waarheid’-samenleving. Zelfs wanneer de storm voorbijgaat en de mensen vertrokken zijn, vastgelegd in de vorm van standbeelden, gaat het leven door. Wat ons menselijk maakt, zijn onze verzinsels. We laten ze achter als kunst; vehikels van onsterfelijkheid.

– Diana Campbell Betancourt, curator