Miquel Barceló


Download

De vorm van de dingen in de tijd

Aan het einde van de jaren 1980 reisde Miquel Barceló door het land van de Dogon in West-Afrika. Tijdens zijn nomadische wandelingen in dit onmetelijke gebied, onder de felle zon met intense stralen die alles leken te omhullen, werd hij getroffen door het aardewerk dat lokale vrouwen maakten. Er was iets wonderbaarlijks aan dit keramiek, vervaardigd in een land dat vijandig leek te staan tegenover scheppend werk.  Het deed Barcélo denken aan het verstrijken van de tijd en aan de transformatie van elementen, van water naar klei, zoals Andalusisch vaatwerk dat is aangetast door de tand des tijds.

In zijn schilderijen, tekeningen, aardewerk en bronzen sculpturen is Barceló voortdurend blijven experimenteren met oppervlakken, structuren en de materialen van zijn kunst, waarbij hij zich steeds liet inspireren door de aardse materialiteit van de mediterrane wereld uit zijn jeugd. Toen het rijk van Franco ineenstortte en Barceló zijn artistieke stem begon te vinden, maakte hij een reeks conceptuele werken waarin hij het gedrag van materie, het elementaire en de gevolgen van ontbinding verkende; deze vroege werken bevatten houten en glazen kisten met rottend voedsel en andere onorthodoxe organische materialen. Later kreeg hij belangstelling voor het ondermijnen van de schilderkunst door het oppervlak van zijn doeken te verbranden of bekrassen. Zijn aardewerk gaat ook over transformatie en metamorfose, waarbij het oorspronkelijke voorwerp in iets anders verandert (zoals Picasso ondervond in Vallauris). Barceló gebruikt een taal van blootliggende barsten en scheuren als treffende metafoor voor de tand van de tijd.        

Het is misschien overbodig om te vermelden dat het werk van Barceló wordt overspoeld door wit en blauw water, een tastbare hemel, de kliffen en grotten bij de zee: de rijke en veelkleurige texturen van druipsteengrotten, uitbundige flora en fauna, de droge aarde van zijn geboorteplaats Felanitx op het eiland Mallorca.  De zee, bevolkt door ontelbare wezens zoals octopussen, inktvissen en vissen, verwijst naar een wereld die wordt gekenmerkt door constante verandering en vergankelijkheid. Het bevestigt de vloeibaarheid van vaste vormen, en omgekeerd.  Een gevoelssensatie die gepaard gaat met vergankelijkheid verrijkt en vervormt deze werken. We ontdekken de vorm in een toestand van wording, met kleurveranderende kleur en vormveranderende vorm, al is dit steeds tijdelijk.

Het gevoel van gemeenschap met de natuur vloeit voort uit de "ontdekking van onvermoede relaties tussen het ene en het andere element," zoals de Franse dichter René Crevel het ooit beschreef. Een stalactiet, een gebroken vaas, een octopus, een steen, de verbrande aarde, een woestijnbloem, algen – Barceló bestudeert hun kleur, vorm en structuur.   De aderen van een blad, de complexe groeven in boomschors, het spiraalvormige huis van een slak: deze uitgebreide encyclopedie van vormen is eindeloos reproduceerbaar, om te worden gered of herschapen door groei, herhaling of uitbreiding.

Het keramiek dat wordt tentoongesteld bij Almine Rech Brussel draagt de sporen van een proces dat ook een ritueel offer is. Barceló heeft een natuurlijke affiniteit met terracotta en aardewerk van leem.  Terwijl de klei nog nat is, worden de voorwerpen gevormd door de vingers, handen, handpalmen en ellebogen van de kunstenaar, handelingen die zichtbare sporen op het keramiek achterlaten. Zo herinnert Barceló ons aan oeroude, traditionele gebaren, opnieuw uitgevoerd en heruitgevonden. Rituelen zijn niet alleen nauw verbonden met Barceló's opvatting van kunst, maar zijn ook een manier om te breken met artistieke conventies.  Het werk ademt de wens om de fragmenten van een meer of minder ver verleden op te graven, scherven van herinnering.  Als vorm van opgraving heeft het als doel de neerslag van dit verleden terug te winnen en te herschrijven, zodat fragmenten worden gered. Het verloren terrein kan slechts worden herschapen door een daad van verbeelding.  

Zoals de destructieve handelingen die eerder zijn genoemd, en niet veel anders dan Shiva in de godenwereld van het hindoeïsme, vernietigt de kunstenaar alle aardse vormen met vuur om herschepping mogelijk te maken.  In de wetenschap dat vernietigen gelijk staat aan scheppen, zijn alle vormen en lichaamsafdrukken die de kunstenaar achterlaat – tot op zekere hoogte – voorlopig. Barceló zei ooit: "Kunst ontstaat als een metafoor van het universum in beweging."  Als we die gedachtegang volgen, kan geen enkele vorm die de kunstenaar maakt of die de toeschouwer waarneemt ooit het karakter van een vaste entiteit krijgen. Dus hoewel elk keramisch voorwerp een vorm heeft, erkennen we zijn voorbijgaande karakter. Het moet immers geïntegreerd worden in de cyclus van wording: zijn manifestatie wordt onvermijdelijk gevolgd door stilte en wedergeboorte. 

Het werk is de uitkomst van een precair evenwicht: tussen eeuwige beweging – de cyclus van uitzetting en inkrimping die kenmerkend is voor het maken van aardewerk –en het punt van stilstand, een kort ogenblik waarin de verschijning van het voorwerp in de ruimte een moment van roerloosheid, van stilstaande tijd heeft gevonden. De kunstenaar staakt eventjes zijn zoektocht naar beweging om een fysiek voorwerp te worden, vergelijkbaar met een beeldhouwwerk, waarin het verstrijken van de tijd kortstondig tot stilstand komt. 

Barceló heeft gezegd dat zijn werken–keramiek, schilderijen en lichte kunstwerken op papier –nog niet definitief gevormd zijn in zijn geest voordat hij ze produceert. Hun ontstaan is onderhevig aan verandering en toeval; er vindt een vormverandering van elementen plaats in deze biomorfe vormen. Zo suggereert de kunstenaar de transformatie van materiaal op een manier die karakteristiek is voor de zee en haar interactie met de bodem en de lucht. De vloeibaarheid van die vormen beïnvloedt ook onze perceptie van ruimte. Vorm wordt gerealiseerd door het gebruik van kleur, want kleur heeft het vermogen zowel vorm als ruimte te definiëren, ook in tweedimensionale werken. Dit betekent dat structuren doordrongen zijn van een versterkte materialiteit, die het resultaat is van diverse bezinksels van tijd en herinnering. Zo ontstaat een gevoel voor wat de Franse schrijver Georges Bataille het 'kosmisch overschot' noemde.

- Olivier Berggruen