Dans un intérieur

Meubles, œuvres murales & textiles d’artistes


Download

Mark Barrow & Sarah Parke, Matthias Bitzer, Tom Burr, John Currin, Tracey Emin, Paul Evans, Ayan Farah, Mark Hagen, Max Lamb, Peter Peri, Christopher Schanck, Bertrand Lavier, Joep van Lieshout, Angel Vergara, Francesco Vezzoli, Brent Wadden, Franz West en Japanese Boros. 

In navolging van de tentoonstelling van 2014 in Parijs, kondigt Almine Rech Gallery met plezier de tweede editie van “Dans un intérieur - Meubles, oeuvres murales & textiles d’artistes” in Brussel aan.

Wat gebeurt er als een kunstwerk ook een functioneel doel inhoudt, wanneer een sculptuur ook als meubel kan dienen, wanneer een foto niet op doek is geschilderd, maar op een gordijn of een tapijt?

Deze tentoonstelling belicht de manier waarop vele kunstenaars zich onttrekken aan categorieën en de poreuze grens die de beeldende kunst van de decoratieve kunsten wil scheiden in vraag stellen door opnieuw de notie van huiselijkheid in hun kunstbeschouwing te introduceren.

Deze werken – vaak beschouwd als behorend tot de zijlijn van de artistieke praktijk – onthullen echter andere interesses. De meest voor de hand liggende daarvan is het toekennen van een functie aan het object die verder reikt dan loutere schoonheid of inhoud.

Deze interesse in de dialoog tussen vorm en functie is doorheen de hele geschiedenis aanwezig. Ze werd in de late negentiende eeuw nieuw leven ingeblazen door de Arts and Crafts beweging van William Morris en John Ruskin, en enkele jaren later door de Art Nouveau, die vorm gaf aan dit ideaal van 'mooie en nuttige' creaties. Ditzelfde doel werd in de jaren 1920 en 1930 door avant-garde bewegingen zoals het Bauhaus en De Stijl vooropgesteld, alvorens opnieuw aan belang te verliezen.

Gedurende de twintigste eeuw werd de kwestie van de gelijkheid of het verschil tussen de beeldende kunst en de decoratieve kunsten fel bediscussieerd, net als, overigens, de potentiële 'decoratieve' aspecten van het kunstwerk. Van hun kant benadrukken ontwerpers de mogelijke verenigbaarheid van meubel en sculptuur door het creëren van stukken waarvan de functionaliteit wordt verhuld door de vorm, en/of door het produceren van beperkte oplagen, en soms zelfs unieke stukken.

Vandaag vervaagt geleidelijk aan de veronderstelde grens tussen wat naar verluidt onder de kunst valt en wat lange tijd als toegepaste kunst beschouwd werd. Deze verandering in houding werd tot stand gebracht door kunstenaars die de dialoog tussen vorm en functie hebben aangewakkerd door in hun praktijk materialen te gaan gebruiken die algemeen worden gebruikt bij het vervaardigen van huishoudelijke of ambachtelijke voorwerpen. Op die manier zijn onder andere keramiek, wol, textiel, glas en gerecycleerde materialen nu een integraal deel gaan uitmaken van de hedendaagse taal van de beeldende kunst.

Deze materialen introduceren technieken en toepassingen die lang beperkt bleven tot de wereld van de kunstambachten of de minutieuze creaties van vrouwen (van de mythe van Penelope die wacht op de terugkeer van Ulysses tot het handwerk van nonnen achter kloostermuren of bezigheden als breien en borduren, lang beschouwd als vrouwelijk tijdverdrijf). De terugkeer naar handmatige productie, het in de kunstpraktijk betrekken van een ambacht die tijd en aandacht vergt lijkt de keuze van een bepaald aantal kunstenaars te sturen. Deze houding, die allerminst regressief is, kan worden gezien als een reactie op de productie van spectaculaire werken waarvan de technische perfectie en verfijning elk spoor van handmatige interventie uitwissen en elke vorm van emotie ontmoedigen. Met hun meer bescheiden uiterlijk vertonen deze producties mogelijke onvolkomenheden, onregelmatigheden, en gebreken die niet alleen hun eigenheid definiëren, maar ook een zekere poëzie en een nabijheid bij diegenen die hen aanschouwen of gebruiken uitdrukken. Bovendien roepen deze "functionele" werken soms vragen op met betrekking tot het lichaam. De toeschouwer/gebruiker wordt uitgenodigd om het object aan te raken, te verplaatsen, om erop te zitten of mee te experimenteren, terwijl het toch wordt gewaardeerd voor wat het is, namelijk een kunstwerk (of het nu een uniek stuk is of een werk geproduceerd in een gelimiteerde serie).

Soms zal het door de kunstenaar vervaardigde object een zekere verwarring veroorzaken die ontstaat vanuit het vervagen van codes, met name wanneer de kunstenaar een reeds bestaand functioneel artefact met zijn eigen werk confronteert. Dezelfde onzekerheid ontstaat wanneer verf wordt aangebracht op een andere drager dan een doek, zoals een tapijt of een wandtapijt. Deze praktijken evoceren zowel de hybride vormen die de schilderkunst kan aannemen als de manier waarop we kijken naar werken die een gemakkelijke categorisering uit de weg gaan.

In haar diversiteit biedt de tentoonstelling een eigentijdse kijk op creatie in de breedste zin van het woord. Ze speelt ook vrijelijk met het idee van de huiselijke installatie die meer verband houdt met het appartement van een amateur dan met de 'White cube' van de galerie.

Françoise-Claire Prodhon

Voor meer informatie contacteer Laure Decock: laure@alminerech.com

Vernissage donderdag 12 Maart van 17 tot 20 u.
Gesprek tussen Chris Schanck en Françoise-Claire Prodhon zaterdag 14 Maart om 15u30

Pour plus d'informations, veuillez contacter Laure Decock: laure@alminerech.com