Haley Josephs

PSYCHOPOMP


Download

Almine Rech Brussel presenteert met plezier PSYCHOPOMP, de eerste solotentoonstelling bestaande uit schilderijen van Haley Josephs bij de galerij. De tentoonstelling is te bezichtigen van September 9 tot October 10, 2021 en er worden werken gepresenteerd die niet eerder tentoon zijn gesteld.

In verschillende mythologieën en religies wordt de figuur van de psychopompos bij existentiële transformaties afgeschilderd als cruciale begeleider met als taak de zielen van overledenen naar het hiernamaals te brengen. Het woord is afkomstig uit de Oudgriekse folklore (psychopompos staat voor metgezel, begeleider, boodschapper van de geest, ziel, het onderbewuste) en het concept is in verschillende vormen terug te vinden in westerse en oosterse religies.

Het groeiende oeuvre van de Amerikaanse kunstenaar Haley Josephs behandelt de transformationele fases van sterfelijkheid en de emotionele aspecten daarvan. In PSYCHOPOMP gaat ze hiermee verder en verwerkt ze de visioenen die ontstaan in haar eigen psyche, in tegenstelling tot een benadering waarbij bronmateriaal wordt uitgebeeld. Josephs’ visioenen en openbaringen sluiten aan bij een traditie van vrouwelijke ontdekkingen, in het licht van het flagrante gebrek aan gezaghebbende voorstellingen door en voor vrouwen.

In De vrouw in het sprookje betoogt Marie-Louise von Franz dat vrouwen in het moderne leven hebben gezocht naar beelden die spreken tot hun identiteit, op zoek naar betekenis te midden van gendertwisten die het mannelijke en het vrouwelijke tegen elkaar opzetten in een eeuwigdurende spanning. Volgens von Franz was deze taak gehuld in “desoriëntatie en diepe onzekerheid” voor vrouwen. De baanbrekende psychoanalist Carl Jung citerend wijst von Franz de lezer op het verontrustende gebrek aan het vrouwelijke, dat overwegend in ondersteunende rollen en niet in de positie van het centrale onderwerp werd geplaatst. Het gebrek aan vrouwelijke figuren, dat zij toeschrijft aan de normatieve, schriftuurlijke interpretaties in de westerse religie, heeft een psychische wond achtergelaten. In haar studie uit 1972 schrijft von Franz:

Sprookjes geven uitdrukking aan de creatieve fantasieën van de rurale en minder opgeleide lagen van de bevolking. Ze hebben het grote voordeel dat ze naïef zijn (niet ‘literair’) en zijn uitgewerkt in collectieve groepen, met als gevolg dat ze puur archetypisch materiaal bevatten dat vrij is van persoonlijke problemen. Tot ongeveer de zeventiende eeuw waren het volwassenen die geïnteresseerd waren in sprookjes. Hun verbanning naar de kinderkamer is een late ontwikkeling, die waarschijnlijk samenhangt met de afwijzing van het irrationele en de ontwikkeling van de rationele blik, waardoor ze werden beschouwd als onzin, oudewijvenpraat en alleen goed voor kinderen. Pas tegenwoordig herontdekken we hun enorme psychologische waarde.

In de geschiedenis zien we gendergebonden werkelijkheden en materialiteiten terug in de mythologie; deze brengt gevoeligheden aan het licht die samenhangen met mannelijkheid en vrouwelijkheid. In haar werk richt Josephs zich op het vrouwelijke domein en de bijdrage die het heeft geleverd aan het collectieve onderbewuste in de geschiedenis van de mythische symboliek zoals vertegenwoordigd in visuele, mondelinge en schriftelijke culturen. In tegenstelling tot fallische, mannelijke voorstellingen brengt Josephs het yonische over, of de vrouwelijke potenties: emotie, geboorte, moederschap en zusterschap. Yonische beeldtaal, die verwijst naar de vaginale esthetiek, verbindt vaak de voeten van de figuren binnen de grenzen van het portret om de vrouwelijke transformatiekracht te demonstreren. Haar vorm bepaalt visueel hun functie als heilig symbool in een transformatieve overgang.

Kleur dient als emotioneel bewijsmateriaal, dat overgangsbewegingen en het bijbehorende affect belichaamt, vertrouwend op de intuïtieve en zintuiglijke artistieke methodologie van Josephs. “Ik vind het belangrijk dat de kleuren en emotionele toon van het schilderij de toeschouwer uitnodigen en hem of haar zintuiglijk verheffen. Schilderen is voor mij de manier waarop ik mijn innerlijke kind aanmoedig om hoop te voelen. Sommige onderwerpen vind ik moeilijk te benaderen, en ik pak dit probleem aan door te proberen de personages te verheffen, ze te bevrijden van hun innerlijke banden.”

Eenzaamheid is een toestand die prominent aanwezig is in het werk van Joseph, een lofzang op het beroepsisolement van artistieke productie in de vorm van portretkunst. Ook dualisme is essentieel voor Josephs’ uitbeeldingen van vredige en generatieve eenzaamheid, waarin de spirituele en existentiële band tussen Josephs en haar overleden zus Sarah weerklinkt. In al Josephs’ werk brengen haar kleurenpaletten levendige krachten samen, die het bevrijdende potentieel van de diverse, emotionele sferen in de menselijke geest signaleren. De steevast vrouwelijke personages in Josephs’ portretten presenteren een herstellende lezing van vrouwelijke autonomie, terwijl ze affiniteit houden met natuurlijke omgevingen. Harmonieën worden gesymboliseerd door een synchroniciteit van menselijke en niet-menselijke wezens. Realisme wordt onderbroken, en verwelkomd, door de mythologische en visionaire symbolen in Josephs’ werk.

Voorstellingen van dergelijke transformaties zijn onvermijdelijk in Josephs’ werk, zowel in eerder tentoongestelde schilderijen en tekeningen als in de nieuwe werken van de Psychopomp-serie. In het schilderij “The Rising Setting Sun” (2021) hangt het personage in de lucht, omringd door oranje en roze lichtjes, wat Josephs beschrijft als “een letterlijke transformatie, alsof iemand tegelijkertijd valt en vliegt. De kringloop van het leven wordt zichtbaar, want de zon moet ondergaan om weer te kunnen opkomen. Zij is haar eigen begeleider, haar eigen psychopompos.”

Ingebed in een genealogie van het mythische presenteren Josephs’ schilderijen een alchemie van relationaliteit tussen menselijke en niet-menselijke wezens, een terugkerend motief in haar oeuvre. Over “Bliss!” (2021) verklaart Josephs dat de figuur van de hond in dit schilderij fungeert als “een begeleider die getuigt van leven en transformatie, als een viering van de verdere overgang naar de dood, maar ook naar een ander zelfgevoel, omdat er veel manieren zijn om na te denken over het proces van de dood.”

De verwijzingen naar de elementen in het werk van Josephs herinneren aan rudimentaire sporen van haar jeugd in verschillende regio’s van de Verenigde Staten: de Pacific Northwest, de ontmoeting van rivieren en heuvels in Pittsburgh, de overvloed langs de kust van Massachusetts en het transcendentale Catskillgebergte. Na haar studie aan de Yale-universiteit verhuisde Josephs naar de Hudson Valley in het noorden van New York. Deze verandering van omgeving zou een enorme impact hebben op haar persoonlijke en professionele leven, waarin ze zich steeds meer op haar gemak voelde als figuratief schilder. In de verveling na haar afstuderen werden de glooiende heuvels en het Catskillgebergte een leidende aanwezigheid voor Josephs, zij het niet psychopompisch. In haar vervreemding riep het gebergte een profetische herinnering op, aan de geesten van schilders die deze landschappen ook ooit hadden gezien en in zich hadden opgenomen. “Ik stelde mij de geesten voor die deze bergen bewoonden,” onthult Josephs.

“Ik dacht aan de schilders van de Hudson River School, zoals Frederic Edwin Church en Thomas Cole, en ik dacht aan de folklore van de regio, aan Rip van Winkle en Sleepy Hollow.”

Geweld, trauma en de gevolgen ervan zijn, zoals bekend, bijzonder schadelijk voor gevoelige, kunstzinnige geesten, wat kunstenaars motiveert om bondgenootschappen van rust en spirituele generativiteit te overwegen. Waar kunnen we te midden van alle lawaai en chaos terecht? Misschien is er, zoals Josephs’ werk suggereert, een ideale ruimte: de verkenning van de eigen binnenwereld, het elementaire medicijn van bergen en folklore, een plaats waar we dromen en mythes op waarde kunnen schatten.

- Kristen Cochrane, schrijver en onderzoeker