Jason Fox

Beware of Darkness


Download

Almine Rech Gallery heeft het genoegen om voor de eerste keer in Brussel een tentoonstelling van Jason Fox te presenteren.

 

De eerste persoonlijke tentoonstelling van Jason Fox bij Feature (in New York) werd aan het begin van de jaren negentig gehouden, kort na de tentoonstelling High and Low: Modern Art and Popular Culture  [1] in het MoMA – de eerste grote wetenschappelijke tentoonstelling over de 'relatie tussen moderne kunst en pop- en commerciële cultuur’ [2] – en twee jaar eerder dan The Uncanny [3] dat door Mike Kelley werd georganiseerd in museum Arnhem. Het werk van Fox nodigt uit om deze vergelijkingen te maken, want ze geven blijk van de historische continuïteit van zijn duidelijke verwijzingen naar zowel de kunstgeschiedenis als naar de platenhoezen uit de jaren zeventig: een strategie die tegenwoordig heel gewoon is, maar dat destijds veel minder was.

"De vroege jaren negentig waren een doodse periode voor de schilderkunst. Door het maken van expressieve schilderijen waarin toe-eigening geen enkele rol speelde, ging ik tegen de stroom in. […] Vanaf het begin was ik geboeid door een soort cyborgachtige, extreme figuratie. Guston was voor mij de grote schaduw waaraan ik mij moest ontworstelen. Hij deed wat ik wilde doen. Hij is de reusachtige schaduw, en ik koos een extreme strategie om uit die schaduw te komen. Ik luisterde naar Howard Stern, keek naar vroege Cronenberg-films en las het werk van striptekenaars als S. Clay Wilson en Crumb. Ik wilde de figuur opblazen en opnieuw samenstellen, net als een soort Frankenstein-monster. Kunstgeschiedenis en strips waren de lichaamsdelen [4],” zo legde de kunstenaar het uit in een recent interview met Joe Bradley.

Uiteraard zijn er verschillende manieren om de schilderkunst heel serieus te beoefenen, en de manier die Jason Fox bijna dertig jaar geleden koos (en tegenwoordig weinig verschilt van wat ze toen was) is er een die zich juist op lange termijn onderscheidt door te contrasteren met veel andere manieren. "Zijn werkwijze is heel eenvoudig: schilder waar je van houdt en schilder het steeds opnieuw." schrijft Kate Liebman in de Brooklyn Rail  [5].

Vaak wordt de nadruk gelegd op de personages die zijn werk bevolken en waarvan ook de figuratieve eigenschappen gemeengoed zijn geworden. Inderdaad getuigen die van een opvallende verbeeldingskracht en bijzonderheid: een mengeling van ex-Beatle George Harrison, Barack Obama en Bob Marley (merkwaardigerwijs versmolten tot één personage) en een heleboel andere figuren die door Jerry Saltz worden aangeduid met de rake term 'paleo-futuristics' [6].

Ze vormen een maatschappij die enerzijds zeker veel te zeggen heeft over de Amerikaanse maatschappij (de Amerikaanse vlag wordt er soms op letterlijke wijze gebruikt) en anderzijds over de persoonlijkheid van de kunstenaar. Het onderwerp van het werk is namelijk vaak de schilderkunst zelf, het schilder-zijn, en we zien overal doeken die in de maak zijn ('Untitled' (2002), 'Mabuse in studio' (2008), 'Lester' (2009)) en een steeds terugkerend gebruik van personages die uit deze doeken proberen te ontsnappen ('The Painting that Stole the World' (2001), 'The Painting that Stole the World' (2015)). Het doek zelf is soms verbannen naar een hoek op de voorgrond, en lijkt vooral als doel te hebben de oppervlakte van het schilderij te vormen ('Ashlar', (2016), 'Untitled' (2017)).

Hoewel de satirische dimensie van het werk van Jason Fox net zo min betwijfeld wordt als zijn narratieve vindingrijkheid, heeft de frequente nadruk op het onderwerp van het schilderij vaak tot gevolg dat de historische waarde van het schilderij in de geschiedenis van de schilderkunst: in dit geval zijn stilistische dimensie.

Op dit punt is inderdaad de schaduw van Philip Guston voelbaar: soms herkennen we zijn invloed heel uitdrukkelijk in de manier waarop een hand of voet is geschilderd, maar ook in het bijna exclusieve gebruik van de kleur rood, een van de onderscheidende kenmerken van Guston. Fantasie en eigenaardigheid zijn opnieuw karakteristiek voor de permanente dialoog met de invalshoek van het schilderij zelf (hoe het voorwerp is afgebeeld, hoe het schilderij is samengesteld) en de onophoudelijke uitdaging die de kunstenaar zich stelt om effectieve en complexe formele oplossingen te vinden. Zijn onderwerpen zijn vaak voorwendselen voor allerlei formele experimenten, waarvan snel blijkt dat zij zich perfect bewust zijn van de experimenten die eraan voorafgingen in de geschiedenis van de schilderkunst, evenals van de manier waarop de geschiedenis van beelden in het algemeen de geschiedenis van de schilderkunst kan ophelderen.

Ik nodigde Jason Fox in 1993 uit om deel te nemen aan een werk waarin verschillende kunstenaars op hun eigen manier antwoord gaven op de vraag: "Wat is volgens u de ideale plek?". Als antwoord stuurde hij de zin "In the arms of the one you love", samen met een balpentekening van een mannetje dat in een liefdevolle omhelzing wordt platgedrukt door de tentakels van een vrouwelijk mensachtig personage, waarvan het haar doet denken aan de hoed van Napoleon. Terugkijkend is het verleidelijk om in dit fabelachtige en bijna epische tafereel een verwijzing te zien naar de intieme relatie die Jason Fox heeft met zijn eigen schilderkunst, met de kunstgeschiedenis en waarschijnlijk ook met de hedendaagse Amerikaanse maatschappij. In deze tekening is hij waarschijnlijk, tot op zekere hoogte, een belichaming van beide personages.

Eric Troncy

 

[1] High and Low: modern Art and popular culture, MoMA, New York , October 7th 1990 – January 15th 1991. Curated by Kirk Varnedoe (Chief Curator of Painting and Sculpture at the MoMA from 1988 to 2001) and Adam Gopnik (New Yorker art critic).
[2] MoMA, press release, April 1990.
[3]The Uncanny, Gemeentemuseum Arnhem, (as part of Sonsbeek ‘93), May 5th – September 26th 1990.
[4] “Joe Bradley and Jason Fox in Conversation, November 2016”, in Jason Fox, Canada, 2017.
[5] Kate Liebman, “Jason Fox Supernaturalism”, The Brooklyn Rail, November 5th, 2014.
[6] Jerry Saltz, “It came from outer-space: Jason Fox’s impish New Paintings”, The Village Voice, February 2nd, 2005.