Richard Prince

The Fug


Download

Almine Rech Gallery is verheugd The Fug aan te kondigen, de eerste solo-expositie van de alom geprezen Amerikaanse kunstenaar Richard Prince in de galerie

Prince is actief als kunstenaar sinds de jaren ’70. Als lid van de invloedrijke Pictures Generation werkte hij mee aan de verruiming van het begrip conceptuele fotografie. Dit deed hij door het zich toe-eigenen en her-fotograferen van beelden. Zoals John McWhinnie opmerkt in zijn essay voor de catalogus van deze expositie, is de grens tussen feiten en fictie continu wazig, niet alleen in het werk van Prince maar ook in diens mythische identiteit.

In Prince’s werk staan vaak de perifere aspecten van de Amerikaanse cultuur, zowel de elitaire als de populaire, centraal en worden ze getransformeerd tot een medium. Of het nu gaat over “Borscht Belt" jokes (populaire grappen), fans van auto’s en moto’s, pulpliteratuur of beroemdheden, Prince haalt zijn materiaal uit de onderbuik van de maatschappij. Hij richt zich tot het vulgaire en onthult culturele indiscreties zoals vrouwenhaat, consumentisme, exhibitionisme en geïdealiseerd verlangen. Niettemin is het als kritiek ambigu omdat het vergezeld gaat van een even grote dosis sympathie en obsessie. Prince beperkt zich niet enkel tot het vulgaire. Hij is evenzeer bedreven in de hoge kunst van De Kooning, Pollock en Picasso, om nog maar te zwijgen over de literaire traditie. “Hij eigent zich een bepaalde periode toe en maakt iets dat voor iedereen een andere indruk nalaat. De schoonheid van Prince’s kunst is dat het geen grenzen heeft” aldus Robert Rubin.

Prince is een gretig verzamelaar en curator van de karakteristieke Amerikaanse cultuur: “Americana”.  Door het selecteren of hergroeperen van beelden, of het nu gaat over opnieuw gefotografeerde reclamebeelden van luxueuze pennen, woonkamersets, de Marlboro Cowboy, of over gereproduceerde publiciteitsfoto’s, Prince verheft hen tot de status van beeldende kunst door ze uit hun context te halen. Op die manier worden de onderwerpen gerecycleerd om binnen het gevarieerde repertoire van de kunstenaar te passen. Hierbij kunnen we bijvoorbeeld aan de titel van zijn expositie denken, die verwijst naar de Amerikaanse muziekgroep The Fugs, een minder bekende groep die opgericht werd in de jaren ‘60. De groep was verbonden aan de Anti-Vietnam beweging en aan het alternatief intellectualisme van de Beat Generation, één van Prince’s vaste referenties. De groep kunnen we terugvinden in de serie Untitled (1,2,3,4), waarin foto’s van de band verzameld zijn op dezelfde wijze als de Gang photographs van de kunstenaar.

De zwart – witte Joke paintings van deze expositie zijn gebaseerd op de monochromatische gesjabloneerde Joke paintings die Prince voor het eerst maakte in 1987. Deze werken werden voorafgegaan door de Handwritten jokes, waarmee hij begon in 1985, en werden opgevolgd door de gezeefdrukte White paintings waarin cartoons uit The New Yorker werden gereproduceerd. De Check paintings werden oorspronkelijk opgemaakt uit de verzameling geannuleerde cheques van beroemdheden van de kunstenaar. De Check paintings bevatten opnieuw “jokes”, maar hier gaat Prince nog een stap verder: het werk is behangen met covers van pocketboeken die verwijzen naar zijn beroemde serie Nurse paintings uit de vroege jaren 2000. De Nurse paintings op hun beurt verwijzen naar de bibliofiel in de kunstenaar en verwijzen naar series zoals American English (dat covers van de eerste editie in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten vergelijkt en waarbij nationale verschillen in smaak in de verf worden gezet) en Originals (dat de originele covers vergelijkt met de pulpfictie boeken zelf).

Zijn serie Girlfriends uit de jaren ‘80 toont suggestieve of zelfs expliciete zelfportretten van vrouwen die schrijlings op moto’s liggen en die door de vrouwen zelf werden ingestuurd voor publicatie in “biker” magazines. Exhibitionistisch van aard, bieden ze inzicht in de aard van de geslachten en begeerte in het hedendaagse Amerika. Deze beelden verschenen in het verleden soms apart, maar in deze expositie worden ze gegroepeerd in een enkele compositie. Net zoals bij Girlfriends , houdt Hoods verband met de Amerikaanse autocultuur en met de persoonlijke affiniteit van de kunstenaar met de autowereld. Ze verwijzen naar de eerder verschenen serie Gangs, dat beelden van motorkappen van auto’s bevatte. De vrijstaande Hoods sculpturen die hier tentoongesteld worden vinden hun oorsprong in replica’s in fiberglas van klassieke “muscle cars” die de kunstenaar haalde uit de publiciteitspagina’s van gespecialiseerde tijdschriften. Vervolgens werden ze behandeld als een driedimensionaal doek en beschilderd met pastelkleuren die doen denken aan Color Field schilderijen. Daarna werden ze bevestigd aan de grond door middel van doosvormige sokkels.

Een volledig geïllustreerde catalogus met een essay van John McWhinnie begeleidt deze tentoonstelling: Thirteen Different Ways of Looking at Richard Prince.

Richard Prince werd geboren in 1949 in de Panama Kanaalzone. Zijn werk werd tentoongesteld in grote overzichtsexposities, onder andere in het Whitney Museum of American Art, New York (1992); San Francisco Museum of Modern Art (1993); Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam (1993); Museum für Gegenwartskunst, Basel (2001, reisde naar Kunsthalle Zurich en Kunstmuseum Wolfsburg); Serpentine Gallery, London (2008). De terugblik Richard Prince: Spiritual America opende de deuren in het Solomon R. Guggenheim Museum in 2007 en reisde naar The Walker Art Center, Minneapolis in 2008. Eerder dit jaar was Richard Prince: American Prayer, een expositie van Amerikaanse literatuur en efemera van de persoonlijke collectie van de kunstenaar, te bezichtigen in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.