Kris Martin

#


Download

Voor Kris Martin (*1972, Kortrijk, Belgie) is tijd het belangrijkste motief in zijn werk. “Alles is tijd en tijd is alles, maar je kunt niet vatten wat het is. Tijd is beweeglijk; hij ontsnapt steeds.” Volgens hem bevriest de tijd in zijn werk en is het een uitdaging om een object een notie van tijd te geven.

Kris Martin ziet zichzelf als een observator. Met “kleine gestes” probeert hij de hersenen van zijn publiek te beinvloeden: Martin verzoekt iets te laten zien op een manier waarop je het nog niet eerder gezien hebt. Het zijn kleine verschillen die hij probeert uit te lokken.

Open voor vele interpretaties, genereert het werk van Martin een leegte, een ruimte om na te denken over de complexiteit van het leven. De complexiteit bestaat voor hem uit het omgaan met de complexiteit: het jezelf openstellen voor deze complexiteit en je niet alleen te concentreren op je eigen mening. Zijn werk kan zowel een open einde en een nieuw begin zijn; Martin biedt een raamwerk. De beschouwer is in staat iets voor zichzelf in te vullen; de verbeelding van de beschouwer, de tijd en moeite die hij neemt om te reflecteren, is een vereiste.

Kris Martin gebruikt bekende en alledaagse voorwerpen op een vervreemdende manier. Vaak is zijn werk het resultaat van toevalligheden in zijn dagelijkse leven - het breken van een champagne glas of het op de rommelmarkt vinden van een kanonskogel uit de Napoleontische oorlog. Spontaniteit is een belangrijke factor in zijn werk.

Bewust van de betrekkelijkheid van zijn eigen leven, laat de kunstenaar zien "dit is wie ik ben" of "ik was hier". Met zijn werk probeert hij de beschouwer te veranderen om een verschil uit te maken. Zijn gedachten over tijd worden weerspiegeld in een definitie van Augustinus, die Martin de meest interessante vindt die hij tot nu toe is tegengekomen: "Als je mij vraagt wat tijd is dan weet ik het niet, maar als je het me niet vraagt dan weet ik precies wat hij is."

Kris Martin leeft en werkt in Gent, Belgie.

door Karlyn de Jongh

Alle citaten komen uit een interview met Karlyn De Jongh, zoals gepubliceerd in Personal Structures: Time Space Existence, DuMont, Keulen, 2009, p. 248-251